Het is vandaag de internationale dag van het sociaal werk. Een belangrijke basisfuncties om de sociale (pedagogische) basis te versterken.
Mijn eerste ervaring met het sociaal werk was als kind meedoen met de kindervakantieweek. Als jong volwassene heb ik daar als vrijwilliger meegedraaid. Nog een stukje later in mijn leven heb ik in het bestuur gezeten. Het is dus wel duidelijk dat ik een warm hart voor het sociaal werk.
Het is een belangrijke basisvoorziening die vaak onderhevig is aan bezuinigingen, omdat niet altijd zichtbaar is wat het nu concreet oplevert. Hier zijn al wel de eerste onderzoeken naar gedaan met zowel positieve resultaten op inhoud en financieel.
Maar gemeenten en welzijnsinstellingen hebben daar zelf ook nog wel een slag in te slaan. Dit door het goed vormgeven van opdrachtgeverschap en opdrachtnemerschap.
Hoe kan de welzijnsinstelling bijdragen aan de visie en doelen op het sociaal domein. Het 'wat' moet je als gemeente formuleren en het 'hoe' overlaten aan de organisatie.
En het 'hoe' moet wel met duidelijke doelen en resultaten worden aangetoond. Resultaten kunnen cijfers zijn, maar ook verhalen. Daarmee maak je het zichtbaar en voelbaar.
Waarbij goed nagedacht wordt wat en wie je wil bereiken. En dit vraagt goed partnerschap om dat met elkaar te verkennen.
Gaat het om het een groot aantal mensen die wordt bereikt? Wat met een bingo of feest voor jongeren zo behaald is. Of om de juiste mensen te bereiken, waarbij 10 mensen ook genoeg is. Bijvoorbeeld een sociale media training voor meisjes met een LVB achtergrond. Pel dit goed met elkaar af, zodat er geen verkeerde verwachtingen over en weer ontstaan.
Voor nu: een dikke pluim voor alle sociaalwerkers en jongerenwerkers!