Schieten we ons doel niet voorbij in het sociaal domein?

Datum: 06-01-2021

Ik heb een paar keer het AEF-rapport over Stelsel in de groei; een onderzoek naar financiële tekorten in de jeugdzorg gelezen en blijf ik vooral op een onderdeel hangen. Dus deel ik in deze blog mijn overpeinzingen, zonder dat ik denk het antwoord te weten. Ik hoor dan ook graag reacties hierop.

Uit het onderzoek komt naar voren dat het aantal cliënten per jaar dat gebruik maakt van jeugdzorg sinds 2015 met 16% is gestegen. Dit wordt veroorzaakt door met name jeugdhulp zonder verblijf. Deze stijging wordt niet veroorzaakt door toenemende instroom, maar door achterblijvende uitstroom. Cliënten blijven dus langer in een traject. Ook zijn de kosten per cliënt per jaar gestegen van 2015 naar 2019 met 16%.

Wat vooral opvalt is dat voor deze lichte zorgvormen een verschuiving heeft plaatsgevonden naar huishoudens met een hoger inkomen, in plaats van naar huishoudens met een lager inkomen.  Zoals in het onderzoek wordt aangegeven roept dit de vraag op of de juiste doelgroep bereikt wordt. Juist bij gezinnen met lagere inkomens werd immers meer verborgen problematiek verwacht die door het lokaal organiseren van jeugdhulp aan het licht zou kunnen worden gebracht.

En dan zie ik een relatie met het abonnementstarief, waardoor inwoners voor 19 euro per maand recht hebt op Wmo-voorzieningen. Het doel hiervan was om de stapeling van eigen betalingen voor zorg en ondersteuning te beperken voor juist een doelgroep die al kwetsbaar is en hoge kosten heeft. Wat echter het effect is geweest dat er vooral een toename is van het aantal hogere inkomens. Dat zijn de inkomensklassen waar de te betalen eigen bijdrage, soms fors, omlaag is gegaan. Bij de laagste inkomensgroep is de groei in vraag ongeveer 0%, bij de hoogste inkomensgroepen loopt dit op tot bijna 80%.

Het abonnementstarief vormt een belangrijke oorzaak voor de snellere stijging van het aantal Wmo-cliënten. De snellere stijging doet zich vooral daar voor waar het financiële ‘voordeel’ van de invoering van het abonnementstarief voor de cliënt het grootst is en daar waar particuliere alternatieven bestaan voor cliënten (vooral hulp bij het huishouden) en cliënten dus een bepaalde mate van keuzevrijheid hebben.

Hier zie ik toch wel een parallel ontstaan. De insteek is om een bepaalde doelgroep te bereiken, maar door de invoering van de maatregelen wordt een andere doelgroep bereikt.  Dit met het effect dat er tevens een grote stijging in cliënten is en dus ook kosten. Hiermee slaan we volgens mij de plank mis. 

Heeft deze doelgroep opeens veel grotere problemen gekregen of speelt hier de Nederlands mentaliteit van ‘het recht op’ hebben en ‘gratis’ ook een belangrijke rol.  En weten zij juist goed de weg te vinden en zijn ze mondig genoeg om ook dit recht te halen?  En hoe kunnen we toch zorgen dat iedereen de ondersteuning krijgt die hij nodig heeft (en ik zeg niet dat mensen met hogere inkomens geen ondersteuning nodig hebben), zonder dat de kosten de pan uit rijzen?

Het is een lastig dilemma. Je wil mensen niet uitsluiten, maar we zijn ook er met zijn allen verantwoordelijk voor dat we de kosten niet verder laten oplopen. Ik heb het antwoord nog niet, maar het is wel goed bij de invoering van wetten en maatregelen te kijken of we wel de gewenste doelen en doelgroep bereiken. En het niet een ‘open deur’ maatregel wordt, zoals weleens van de jeugdwet wordt gezegd.
 
 


Schieten we ons doel niet voorbij  in het sociaal domein?