Wat als we alles van tafel vegen en met een leeg vel beginnen?
Bij mijn vorige blog vroeg iemand hoe we het sociaal domein en de zorg overzichtelijker kunnen maken. Mijn eerste gedachte: als ik daar hét antwoord op had, lag ik nu waarschijnlijk in een hangmat op Hawaï.
Maar ik ben wel gaan proberen out of the box gaan denken. En dat was lastiger dan ik dacht, want je gaat toch gauw weer vanuit bestaande systemen denken en dan een beetje naar link en naar rechts. En dan verandert er fundamenteel (te) weinig.
Maar wat als we na vanuit een leeg vel zouden bouwen? Wat dan? Wat als we opnieuw mochten beginnen? Hierbij een paar hersenspinsels
Wat als we eerst de mensen bij elkaar zoeken en daarna pas de organisatie bedenken?
Op dat lege vel beginnen we met wat inwoners nodig hebben. Welke deskundigheid, vaardigheden en ervaring vraagt dat? En welke mensen hebben de motivatie om samen met inwoners te zoeken naar wat helpt?
Dan bouwen we vanuit die profielen een team of netwerk. Met professionals die elkaar aanvullen en expertise die aansluit wanneer dat nodig is. Een goede aansluiting is het uitgangspunt.
Waarom zou iedere deskundigheid daarvoor een eigen organisatie nodig hebben? Met een eigen gebouw, management, aanmeldprocedure en overleg om vervolgens weer met de andere organisaties samen te werken? Natuurlijk moeten we het werk goed organiseren. Maar misschien hebben we daarvoor minder organisaties nodig dan we gewend zijn. Het geld dat vrijkomt, gaat naar professionals die tijd hebben voor inwoners en hun vak kunnen bijhouden. Daar zit ons kapitaal.
Eerst de mensen die het kunnen doen. Daarna kijken wat zij nodig hebben om hun werk goed te doen. Het organogram kan wel even wachten.
Wat als iedereen bij een soort levenscoach terechtkan?
Iemand bij wie je met je vragen terechtkunt. Over opvoeden, geld, werk, gezondheid of alles tegelijk. Zonder eerst te hoeven weten onder welke wet je vraag valt. Het leven heeft zich tenslotte ook niet per wet georganiseerd.Die levenscoach hoeft niet alles te weten of zelf op te lossen. Wel luisteren, meedenken en samen kijken wat nodig is. Soms is een gesprek genoeg. Soms even samen bellen of meegaan. En als andere deskundigheid nodig is, haalt de coach die erbij.
Misschien moeten we nog een betere naam bedenken. Anders zijn we straks vooral druk met het functieprofiel, de opleidingseisen en de vraag uit welk potje de levenscoach betaald wordt. Dan staat ons lege vel alweer aardig vol.
Wat als organisaties aangeven wat ze kunnen bijdragen?
De levenscoach kijkt samen met de inwoner of het huishouden wat nodig is. Als daar andere deskundigheid bij nodig is, worden organisaties erbij gehaald. Met de vraag: wat kunnen jullie deze inwoner of dit huishouden bieden? De ene organisatie brengt specialistische kennis, de andere praktische ondersteuning. Samen maken ze een passend antwoord. De inwoner hoeft niet eerst te passen in het aanbod; de organisaties kijken hoe hun aanbod kan bijdragen aan wat nodig is. Wie nodig is, sluit aan. De ondersteuning verandert mee met de situatie. De inwoner hoeft daarvoor niet steeds opnieuw ergens binnen te komen.
Wie nergens past, krijgt voorrang. Blijkbaar hebben wij dan iets niet goed georganiseerd. Dan begint het gesprek eens met “dit kunnen wij betekenen” in plaats van “dit valt buiten onze doelgroep”. Specialistische kennis blijft nodig. Een aparte voordeur bij iedere specialisatie misschien niet.
Wat als we ondersteuning kunnen bestellen, mét een bezorgtijd?
Wat als inwoners een budget krijgen om ondersteuning te kiezen? Met hulp van de levenscoach en aanvulling als meer nodig is. Aanbieders vertellen wat ze bieden, wat het kost en wanneer ze beginnen. Een beetje zoals boodschappen bij de Jumbo. Daar weet je ook wanneer je bestelling komt.
En we financieren wat helpt. Soms een traject. Soms vervoer of iemand die drie keer meegaat. Een praktische oplossing hoeft niet eerst op begeleiding te lijken om betaald te kunnen worden.
Wat als we niet in iedere gemeente opnieuw het wiel uitvinden?
Een leeg vel betekent ook dat we mogen behouden wat werkt. We hoeven niet overal opnieuw te onderzoeken welke vragen inwoners hebben en hoe we ondersteuning kunnen organiseren.
Schulden zijn schulden, in Brummen én in Hoofddorp. Opvoedvragen, mantelzorg en zorgen over rondkomen stoppen ook niet bij de gemeentegrens.
Wat als we de meest voorkomende levensvragen als vertrekpunt nemen? En goede aanpakken gewoon van elkaar overnemen en verder verbeteren? Dan hoeft niet iedere gemeente eerst een eigen visie, methodiek en pilot te ontwikkelen.
Natuurlijk blijft maatwerk nodig. De situatie van inwoners verschilt, net als de lokale samenwerking en beschikbare ondersteuning. Daar pas je de aanpak op aan.
Maar niet iedere gemeente is zo uniek dat alles opnieuw bedacht moet worden. Soms is iets wat elders goed werkt ook bij ons bruikbaar. Zelfs als ons logo er nog niet op staat.
Wat als landelijke plannen eerst langs inwoners en uitvoerende professionals gaan?
Wat wordt hierdoor eenvoudiger? Als dat niet duidelijk is, mag het plan terug.
Minder geld naar het opschrijven dat we dichter bij de inwoner moeten werken. Meer geld om het te doen.
Wat zouden we níét opnieuw bouwen als het er nog niet was?
Daar begint het lege vel. En daarna moeten we het ook durven doen. Die hangmat kan nog even wachten, want we zijn er nog lang niet.